Over Skoda

De jaren ’40… Oorlog!

Eind 1938 bestond ASAP uit de autofabriek in Mlada Boleslav, de fabriek in Plzen voor de productie van Motorvoertuigen en tractoren, de automobielreparatiehal in de wijk Smichov in Praag, en Kosice, in Bratislava, Moravska, Ostrava, Teplice Senov, en Brno. Alleen in Mlada Boleslav had Skoda 5642 mensen in dienst. Na de bezetting van de grensstreken door de Nazi’s was het een kwestie van tijd eer de rest van het land verzwolgen zou worden door het oorlogsgeweld. Maar bij Skoda lag de productie op dat moment nog gewoon op hetzelfde niveau als anders. Alsof er niets aan de hand was. In maart 1939 ging Skoda gewoon naar de autoshow in Berlijn, net als al die jaren ervoor. Het leek alsof men zichzelf voorhield dat het allemaal wel meeviel!

 

Reichswerke

Op de Berlijn autoshow stonden alleen Populars. Zelfs Hitler en trawanten kwamen kijken, al was het alleen maar om te zien wat er allemaal in te pikken viel. En dat zou niet lang op zich laten wachten. later dat jaar viel behalve het land ook het gehele Skoda-concern in Duitse handen. Het viel vanaf toen onder het Reichswerke- Hermann-Göring AG. Men begon bij Skoda nu de druk stevig te voelen. Flink wat mensen aan de top van het bedrijf werden vervangen door Duitsers, en bovendien begonnen de productie en export terug te lopen. Ruwe grondstoffen werden schaars, en brandstof ging op de bon. Eind 1939 werd het langzaam maar zeker duidelijk wat Skoda’s rol in de komende jaren zou worden. Er werd steeds meer oorlogsmateriaal gebouwd. In Plzen begon men bijvoorbeeld met het bouwen van militaire voertuigen voor het Roemeense leger. Begin 1940 begon Skoda met de bouw van krukassen en versnellingsbakken voor Daimler-Benz. In februari dat jaar maakte men op de spatlappenafdeling patroonhulzen en artillerie, en verder werden er bij Skoda vanaf toen krukassen voor vliegtuigen, radiateuren voor BMW, en motoren voor militaire voertuigen gemaakt.  Ook werden er vleugels voor de Messerschmitt 110 gevechtsvliegtuigen gebouwd naast de stuurflappen voor de Arado 96 vliegtuigen, die daarna naar de Avia fabrieken in Praag gingen. Er werden nog wel auto’s gebouwd, maar daarnaast ook relatief veel trucks. Het moreel bij Skoda werd allengs ook minder. Ondanks de dreigementen van de Duitsers deden de Tsjechen hun werk zeer inconsequent. Geen wonder, de nieuwe bazen waren niet erg populair, en naarmate de oorlog vorderde was er ook steeds minder voedsel, brandstof, kleding, en geld. In 1941 hield de eens zo succesvolle en trotse automobielfabrikant zich bijna alleen nog bezig met het vervaardigen van oorlogstuig voor de Nazi’s. Op 7 juni werd het gehele Skoda-concern gefuseerd met Zbrojovka Brno, een wapenfabriek, waarna het geheel Waffen Union Skoda-Brunn GmbH ging heten. Het hoofdkwartier van dit nieuwe ´imperium´ werd overgeheveld naar Berlijn. 

 

Skoda RSO Radschlepper

De ´samenwerking´ met de nieuwe bazen zorgden ook voor de nodige opmerkelijke voertuigen. De Skoda RSO Radschlepper, een enorm tweeassig militair voertuig met gigantische geheel stalen wielen was een product wat geboren werd door omstandigheden. Het werd door Ferdinand Porsche ontworpen, die zich al eens eerder aan een dergelijk project waagde. De Skoda RSO was bedoeld als hulp bij de bezetting van de grote Russische steppen. Hij was echter veel te log en te zwaar, en tijdens testritten zakte hij al volledig weg in de grond. Als de RSO al geen eenvoudig Tsjechisch veldje aankon, wat zou er dan gebeuren op de Russische steppen? Bovendien wilde hij niet harder dan 16 km/uur en had een belachelijk hoog brandstofverbruik. Hij was slechts een klein jaar in productie, en er werden 206 exemplaren gebouwd. Enkelen kwamen in de Ardennen terecht, waar naar overlevering nogal eens wegen en spoorwegovergangen werden vernield. 

 

Toch nog auto’s

Tijdens de oorlog lag de productie van automobielen op een heel laag pitje. In laatste oorlogsjaar, 1944, rolden er in een jaar tijd slechts 35 auto’s van de band. Maar ook tijdens deze oorlogsjaren hield men zich toch bezig met zaken als modificaties en verbeteringen aan die paar geproduceerde auto’s. Een belangrijk voorbeeld was bijvoorbeeld de Skoda Popular 1101, die ontstond uit de Popular 1100 OHV. De versnellingsbak verhuisde bij de Popular 1101 van achter naar voren, en vormde nu een blok met de motor. In deze vorm zou het chassis het uithouden tot in de jaren ’70, maar dat wist men toen natuurlijk nog niet. In 1941 werden er nog diverse Rapid’s gebouwd met een zescylinder 2199cc motor van 60 pk. Deze Skoda Rapid Six werd slechts in een zeer kleine oplage gebouwd, om al bekende redenen. Na de oorlog zou de Rapid Six in gemodificeerde vorm toch doorgebouwd worden. De niet-militaire klanten konden hun nieuwe Skoda trouwens ook bestellen met een houtgas-generator. Hierin bleek dat de oorlogsomstandigheden toendertijd een beetje meetekenden bij het ontwerpen van automobielen.  De zescylinder 3-liter Skoda Superb OHV werd bijvoorbeeld gebaseerd op de militaire Skoda Superb 3000 KFZ 15. Er werden daarvan tussen 1941 en 1943 1626 exemplaren gebouwd. De meesten als open- crisisvoertuig voor de SS, maar ook wel als ambulance. De KFZ 15 had achterwielaandrijving, maar er werd reeds geexperimenteerd met vierwielaandrijving. De Superb was ook herontworpen als zeswielig militair voertuig, die vervolgens Skoda 903 ging heten. De open militaire Kubelsitzwagen- body werd op het Skoda-onderstel geplaatst, en de achterste vier wielen werden aangedreven. Het ding had opmerkelijk goede terreineigenschappen, door de dubbele pendelasconstructie, die door de lange veerweg eigenlijk altijd grip had op slechte ondergrond.

 

na de oorlog

Na de bevrijding door de Russen werd de fabriek  door de Duitsers gebombardeerd. Daarbij werden de hoofdwerkplaats en de assemblagehal vernield, maar door het zo ontstane vuur werd een nog veel groter deel van de fabriek getroffen. De herbouw kwam echter heel snel op gang, en al op 24 juni rolde de eerste na-oorlogse Skoda de fabriekspoort uit. Het was overigens geen personenauto maar een Skoda 256 truck., die in productie zou blijven tot 1947. Aan de top werden veel nieuwe ‘koppen’ geplaatst, die echter allen communisten waren. Ook werd er in de organisatie van Skoda het één en ander veranderd. De auto-devisie van Skoda, ASAP, werd definitief gescheiden van het moederconcern Skoda in Plzen, en ging Skoda AZNP heten. Men had deze keer geen problemen om de productie weer op gang te krijgen, want de vraag naar nieuwe auto’s was enorm. Niet alleen in eigen land, maar ook in de rest van Europa. Al snel rolde de eerste nieuwe Skoda 1101 van de band. Het was een gemoderniseerde Popular 1101 met een gewijzigde carrosserie. De fabriek lag voor een vrij groot deel nog in puin, dus men kon onder die condities beter verder gaan met een wagen die ze in het verleden al zoveel succes bracht. Men kan de Skoda Popular/1101 in dit opzicht best een oorlogsheld noemen, want ook na het Nazi-geweld verkocht de Skoda 1101 meteen weer goed. Het concept was ook nog steeds niet verouderd, het bleef één van de beste auto’s die er in Europa te koop was. Naast de Skoda 1101 bouwde men uit overgebleven onderdelen nog een poosje de Popular 995 ‘Liduska’, Daarnaast liep er nog een bescheiden serie Skoda Superbs en Rapids van de band. 

 

Nieuwe tijden

Skoda mocht zichzelf gelukkig prijzen dat het nog personenauto’s mocht produceren. Langzaam maar zeker werd het namelijk duidelijk hoe het nieuwe politieke systeem van de bevrijders werkte. Tsjechoslowakije kreeg nu een geplande economie. Werd vroeger een auto-model gebouwd met het oog op het commerciele succes wat ermee behaald kon worden, vanaf nu werd dat bepaald door een hoge functionaris van de Partij. Dit betekende ook dat zoiets als concurrentie niet meer mocht bestaan. Van bovenaf werd gedicteerd wie er wat ging maken. De nieuwe situatie gold voor alle takken van industrie in het door de Russen bevrijde gebied. Skoda mocht dus kleine personenwagens gaan produceren, wat het einde betekende voor de grote Skoda’s van weleer. Skoda’s toeleveranciers werden voor een groot deel ondergebracht in het staatsbedrijf PAL. Tatra mocht van hogerhand grote wagens als de Tatra 87 gaan maken, en ook trucks behoorden voortaan bij het takenpakket van Tatra. En Jawa mocht zich alleen gaan bezighouden met het maken van motorfietsen. Dat betekende het einde voor de Jawa Minor II personenauto, voorheen een geducht concurrent van de Popular. De in het verleden gebouwde Skoda-trucks gingen over in handen van Aero, Praga, en Avia, die alleen daar nog hun bestaansrecht aan mochten ontlenen. Op die manier draaiden de communisten een flink aantal automerken met heel wat potentie definitief de nek om.

 

Grondstoffen

De Skoda 1101 zou kort na zijn nieuwe introductie een nieuwe naam krijgen om de indruk te wekken dat het hier wel degelijk om een volledig nieuwe auto ging. Maar de wagen kreeg van het publiek vanzelf al de naam ‘tudor’, wat afgeleid was van het Engelse ‘Two door’. De eerste 1101’s waren inderdaad tweedeurs, maar de latere versies met vier deuren bleven op een raadselachtige manier die naam houden. De prijs van een nieuwe Skoda was zonder nieuwe banden. Niet om het publiek de kans te geven om te kiezen tussen verschillende merken, maar simpelweg omdat er een tekort was ontstaan aan ruwe grondstoffen en materialen. In het Westen reed iedereen rond op goedkope Amerikaanse banden, maar dit was in de nieuwe Socialistische staat natuurlijk ondenkbaar. En er ontstonden steeds meer problemen met het fabriceren van complete producten, maar al snel kwam het nieuwe Ministerie van Transport met de oplossing: gewoon minder auto’s bouwen! Het volk kreeg een les in hoe de nieuwe leiders in de toekomst problemen ging oplossen…

 

Vrchlabi & Kvasiny

Een carrosseriebedrijf in Vrchlabi kwam door de drastische reorganisaties ook onder de vlag van AZNP. Deze fabriek, die nogal een geschiedenis achter zich had met het bouwen van allerlei sierlijke koetswerken, bouwde nu na de tweede wereldoorlog ambulances op het chassis van de Skoda 1101, en cabines voor de Aero 150-truck (wat origineel ook een Skoda model was) In 1948 ging men hier van start met de zeer sierlijke Skoda 1101 Roadster. Deze bleef in productie tot 1951, toen er vervolgens STW koetswerken werden gebouwd. Ook de fabriek in Kvasiny kwam op deze manier onder de vlag van AZNP. Hier werden vanaf 1947 kleine series 1101/1102 Roadsters, ambulances, en Skoda Superbs (speciale serie voor de overheid) gebouwd. Later werden hier ook Skoda’s 1200 gemaakt, maar daarover verderop meer.

 

Van 1101 naar 1102

Van de 1101 verscheen ook een militaire versie die Skoda 1101 P ging heten. Hij bleek zeer goede terreineigenschappen te bezitten, zeker in vergelijking wat er elders in Oost Europa van de band rolde. In 1949 verscheen dan de nieuwe Skoda 1102, die niet zoveel verschilde van zijn voorganger. De belangrijkste verandering bestond uit een gewijzigde voorbumper en een grille die voortaan 5 horizontale spijlen telden. Technisch gezien waren de veranderingen voor sommigen geen echte verbetering. De versnellingspook verhuisde nu van de vloer naar de stuurkolom, wat modern was in die dagen. Verder waren er wat detail-wijzigingen onder de motorkap. Natuurlijk verscheen hiervan ook weer een roadster maar de 1102 werd vooral veel gebouwd als vierdeurs, en werd zelfs tot in Australie verkocht. Niet gek voor een wagen, die nog steeds vergaand was gebaseerd op een vooroorlogs concept! Maar de heren machthebbers hadden met de grauwe jaren 50 in het vooruitzicht nieuwe plannen met AZNP/Skoda. Mlada Boleslav dreigde ook in een koekoeksnest te veranderen, en niemand die er iets tegen kon doen!

 

Verder naar de jaren ’50…


De jaren 20   De jaren 30   De jaren 40   De jaren 50  De jaren 60   De jaren 70   

De jaren 80   De jaren 90   vanaf 2000   Studiemodellen


Ziet u geen menubalk? Klik dan hier om de volledige site te bekijken…